
|
Achtergronden In de afgelopen jaren zijn overal in Nederland, en dan vooral in de achterstandswijken van de grotere steden, woonoverlastprojecten van start gegaan. Dit kan geen toeval zijn. De indruk bestaat dat vooral ernstige woonoverlast veroorzaakt door mensen met wie het in sociaal en psychisch opzicht niet goed gaat, in omvang toeneemt en met de reguliere instrumenten steeds moeilijker te bestrijden is. Wellicht kan in plaats van achterstandswijken beter gesproken worden over wijken met een hoge concentratie aan sociale huurwoningen. Vanwege vooral de strakkere controle op de verhouding inkomen en huurprijs bestaat de instroom in de sociale huurwoningen vooral uit kansarmen en starters zonder binding met de wijk. Een bepaald gedeelte van deze kansarmen bestaat uit de groep van mensen met zwaardere persoonlijke problematiek. De groep met een verhoogd risico op ernstige woonoverlast. De vraag hoe het komt dat de woonoverlastproblematiek toeneemt is niet eenvoudig te beantwoorden. Het vermoeden bestaat dat een aantal maatschappelijke ontwikkelingen van invloed zijn op deze toename, zoals :
De bovenstaande lijst van factoren is niet uitputtend. De lijst is hooguit een indicatie van mogelijke factoren die een rol kunnen spelen bij de toename van de woonoverlastproblematiek. Duidelijk is wel dat van een grotere groep van potentieel problematische mensen wordt verwacht dat zij zich zelfstandig kunnen handhaven in de samenleving c.q. dat zij zelfstandig kunnen wonen. De opnamecriteria in bijvoorbeeld de psychiatrie en de ouderenzorg zijn aanzienlijk aangescherpt. Een groot deel van deze potentieel problematische mensen weet zich aardig te redden. Een klein deel lukt dat niet. Deze mensen kunnen minder dan vroeger rekenen op hulp van hun directe omgeving of familie terwijl hun problematiek vaak ernstiger is. In dat geval, zou je zeggen, moet er maar professionele zorg en hulp ingezet worden. Probleem is echter dat de meeste professionele zorg en hulp pas wordt aangeboden als de mensen daar zelf uitdrukkelijk om gevraagd hebben. Een groot aantal ernstig zorgwekkende mensen vraagt zelf niet om hulp. Zij hebben in hun omgeving ook niemand die dat voor hen doet. Zo kan het voorkomen dat mensen steeds verder wegzinken in hun persoonlijke problematiek en zodanig gedrag gaan vertonen dat anderen - dat buren - daar last van hebben. Extreme woonoverlast lijkt vooral een probleem te zijn van de achterstandswijken in de grotere steden. Wat is nu de relatie tussen bovenstaande groep van zorgwekkende overlastveroorzakers en de achterstandswijken in de grotere steden ? De groep van mensen die te kampen heeft met ernstige sociale en/of psychische problematiek is vaak vanwege die problematiek niet in staat om te werken en is dus aangewezen op een (minimum)uitkering. Voor het wonen zijn zij aangewezen op de goedkopere sociale huurwoningen die vaak in de achterstandswijken te vinden zijn. Een bepaalde groep van zorgwekkenden zoekt de anonimiteit van de stad of wordt aangetrokken door de voorzieningen die vooral in de stad te vinden zijn. De concentratie van problematische zorgwekkenden wordt versterkt door de omstandigheden binnen de achterstandswijken. De achterstands-wijken hebben te kampen met tal van sociale problemen : criminaliteit , onveiligheid, allerlei vormen van overlast, sociaal-economische problemen, slechte staat van onderhoud van woningen etc. Het animo om in deze wijken of buurten te blijven of te gaan wonen neemt af. Kijkend naar de situatie in Utrecht kan worden opgemerkt dat er mede door grootschalige nieuwbouw en sloop, allerlei verschuivingen op de woningmarkt gaande zijn. Deze ontwikkelingen gecombineerd met de sinds enkele jaren geldende strakkere controle op de verhouding tussen huur en inkomen bij woningtoewijzingen geven het beeld te zien meer mensen die het zich kunnen permitteren wegverhuizen uit bepaalde achterstands-buurten en zo plaatsmaken voor mensen met de lagere inkomens die zich niet laten afschrikken door het slechte imago van de achterstandsbuurten. Onder deze laatsten bevinden zich enerzijds relatief veel zorgwekkenden die niet zo kieskeurig zijn of juist een voorkeur hebben voor de achterstandsbuurt . Een andere groep van nieuwe huurders zijn jonge mensen aan het begin van hun carrière die zonder veel binding met de buurt voor korte tijd een huurwoning in de achterstandswijk betrekken. Nu is woonoverlast veroorzaakt door mensen met ernstige sociale, psychische, psychiatrische, relationele of verslavingsproblematiek niet de enige woonoverlast die speelt in de achterstandswijken. Er is ook sprake van een toename van woonoverlast veroorzaakt door mensen die asociaal , intimiderend of crimineel gedrag vertonen. De sociaal homogene volksbuurten zijn geworden tot sociaal heterogene achterstandswijken waar veel marginaal levenden hun goedkope huurwoning vinden. Mensen houden er meer dan vroeger verschillende leefstijlen op na, houden minder rekening met elkaar en zijn het niet eens over wat acceptabel (woon)gedrag is. Je kunt wellicht concluderen dat door een cumulatie van problemen en het wegvallen van sociale structuren, de sociale draagkracht van de achterstandwijken afneemt, terwijl tegelijkertijd op deze afnemende sociale draagkracht een steeds groter beroep wordt gedaan vanwege of door een steeds groter wordende groep van marginaal levenden die zich in toenemende mate in deze wijken vestigen. Als we het hebben over woonoverlast veroorzaakt door mensen met ernstige psychische en/of sociale problemen dan vormen geïsoleerd levende alleenstaanden in de leeftijdcategorie van 30 tot 45 jaar een bijzondere risicogroep. De samenleving kent nogal wat jonge mensen die vanwege psychische problematiek uitvallen en de grootste moeite hebben om de draad weer op te pakken. Een gedeelte van deze groep van mensen lukt dat niet. Zij vinden in hun directe omgeving geen opvang, correctie en advies. In een aantal gevallen vergaat het deze mensen zo slecht dat hun problematiek zich vertaalt in ernstige overlast voor buren. Dit maakt dat ernstige woonoverlast met enig volume niet alleen te vinden is in de achterstandswijken , maar ook in de wijken met een groot aantal eenpersoonshuishoudens en een concentratie aan sociale huurwoningen. Anderzijds vormen ook zeer grote gezinnen – gezinnen met heel veel kinderen – een risicogroep. Veel grote gezinnen zijn te klein behuisd in gehorige woningen in de achterstandswijken. Bijna onvermijdelijk leidt deze woonsituatie tot onderlinge spanningen en spanningen met buren. Een andere risicofactor vormt de ligging van de wijk of buurt in combinatie met het aantal goedkope huurwoningen in de wijk of buurt. Buurten of wijken die zich in de directe omgeving van het centrum van de grotere stad bevinden, hebben een grote aantrekkingskracht op potentieel overlastgevende zorgwekkenden die in de binnenstad hun sociale contacten, hun dealers of hun (hulpverlenings)voorzieningen vinden. Een andere factor die een rol heeft is het imago van de wijk of buurt in combinatie met verhuizingen/mutaties. Veelvuldige mutaties (verhuizingen) zijn funest voor de sociale structuur van een wijk of buurt. De instroom van nieuwe huurders wordt beïnvloed door het imago van de wijk. Het imago wordt door tal van factoren beïnvloed, maar zeker ook door het uitstralingseffect van sloopprojecten in de wijk. De situatie in straten waar woningen op korte termijn gesloopt zullen worden is in de regel zeer problematisch. De meest probleemvolle oorspronkelijke huurders blijven zo lang mogelijk in de betreffende woningen (regelen vanwege hun persoonlijke toestand maar moeizaam tijdig vertrek) en de woningen die voor de sloop leeg komen, worden bevolkt door mensen die om wat voor reden dan ook dringend tijdelijke woonruimte nodig hebben (regelmatig problematische achtergrond). De omstandigheden in sloopcomplexen kort voor de feitelijke sloop zijn vaak beroerd en dat heeft zijn effecten op de woningen/complexen rond de sloopcomplexen. Een grotere uitstroom (meer verhuizingen) en een specifieke instroom. De woonoverlastproblematiek in de achterstandswijken en wijken met een hoge concentratie aan sociale huurwoningen neemt niet slechts in omvang toe. Ook de ernst van de woonoverlastsituaties neemt toe. Steeds vaker worden met name Woningcorporaties en Politie geconfronteerd met ernstige woonoverlastsituaties die een zeer complexe achtergrond hebben. Situaties waarin met de reguliere instrumenten (een corrigerend gesprek , een bemiddelingsgesprek, een aanschrijving, een dreiging met ontruiming , het aanzeggen van de wacht etc.) geen verbetering is te bewerkstelligen. Het gaat dan om situaties waarin er met de overlastveroorzaker in persoonlijke zin van alles aan de hand is : personen met meervoudige problematiek, multi-probleemgezinnen, mensen die zichzelf en hun woning ernstig vervuilen, mensen die vanwege psychiatrische problematiek gestoord gedrag vertonen, mensen die ernstig overspannen zijn geraakt, drugsverslaafden, alcoholisten, mensen met zware relatieproblematiek die elkaar het huis uitvechten, verwaarloosde en beginnend dementerende ouderen. Daarnaast gaat het om mensen die overal lak aan hebben en zich asociaal gedragen, mensen die hun omgeving tot last zijn omdat zij vanuit hun woning helen, dealen of zich prostitueren. De ernst van de woonoverlastsituaties neemt toe vanwege het feit dat een grotere groep van potentieel problematische mensen zelfstandig woont terwijl de onderlinge opvang en controle/correctie in familie- of buurtverband afneemt. Meer mensen met ernstige persoonlijke problematiek bevolken de achterstandswijken terwijl niemand naar hen omziet en niemand hen corrigeert. Zonder de hulp van de omgeving kan de toestand van zorgwekkende overlastveroorzaker gedurende langere tijd sterk verslechteren terwijl niemand dat aanhangig maakt. Met het oog op nieuwbouwwijken van de grotere steden kan nog vermeld worden dat verwacht mag worden dat in wijken met een hoge concentratie aan sociale huurwoningen een vergelijkbare problematiek speelt als in de al langer bestaande achterstands-wijken. Een bijzonder probleem van de nieuwbouwwijken met een hoge concentratie aan sociale huurwoningen is de niet van nature direct reeds aanwezige sociale cohesie. De oude achterstandswijken hebben in ieder geval nog resten van sociale cohesie vanuit een zekere historie. In de nieuwbouwwijken zal deze sociale cohesie van de grond af opgebouwd moeten worden en kan er niet teuggevallen worden op de voornoemde historie. Terwijl in de achterstandwijken de sociale cohesie en onderlinge opvang afnemen, magen er vraagtekens gesteld worden bij het nieuw ontstaan van sociale cohesie in de nieuwbouwwijken. Een ander probleem is dat in de nieuwbouwwijken met een relatief hoge concentratie aan sociale huurwoningen getracht is om de eenzijdige samenstelling van de bevolking te doorbreken door het plaatsen van koopwoningen bijvoorbeeld op de hoeken van een rij sociale huurwoningen. Meerdere onderzoeken tonen aan dat de leefwereld van kopers en huurders (sociale huurwoningen) zover uit elkaar liggen dat van een “positief effect” van de kopers op de huurders nauwelijks sprake is. Eerder is er sprake van een complexe confrontatie, die vooral bij de kopers tot teleurstelling en frustratie leidt. In de interviews komt dat een aantal keren aan de orde : de (woon)overlast die voortkomt uit de confrontatie tussen – de leefwereld van – kopers en huurders. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||